INHOUDSTAFEL

De Controledienst voor de ziekenfondsen - Een instelling van openbaar nut

Zetel van de Controledienst

Bevoegdheden

Raad

Technisch comité

Administratieve diensten

   

De Controledienst voor de ziekenfondsen
Een instelling van openbaar nut

De Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, hierna de Controledienst genoemd werd opgericht bij artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. Het is een instelling van openbaar nut van categorie C.

De Controledienst staat onder de voogdij van de Minister van Sociale Zaken.


Zetel van de Controledienst

De zetel van de Controledienst is gevestigd Sterrenkundelaan 1 te 1210 Brussel. De Controledienst is telefonisch bereikbaar op het nummer 02/209.19.11, per fax op het nummer 02/209.19.60 en per e-mail op het volgende adres: info@ocm-cdz.be.


Bevoegdheden

Overeenkomstig de wet van 6 augustus 1990 dient de Controledienst :

  1. erop toe te zien dat de door de ziekenfondsen, landsbonden en maatschappijen van onderlinge bijstand ingestelde diensten en activiteiten in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze wet ;

  2. toezicht te houden op de geldige samenstelling en werking van de algemene vergaderingen en de raden van bestuur van de ziekenfondsen, de landsbonden en de maatschappijen van onderlinge bijstand ; 

  3. toezicht te houden op de naleving door de ziekenfondsen en de landsbonden van de administratieve, boekhoudkundige en financiële bepalingen opgenomen in voormelde wet, alsook van de boekhoudkundige en financiële bepalingen vervat in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 ;

  4. de technische richtlijnen ten aanzien van de ziekenfondsen, de landsbonden en de maatschappijen van onderlinge bijstand op te stellen met het oog op de organisatie van zijn controleopdrachten ;

  5. mededeling te doen aan de Dienst voor administratieve controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van iedere schending van de bepalingen van voornoemde wet van 14 juli 1994 en van haar uitvoeringsbesluiten, die niet onder zijn controleopdracht valt maar die in het kader van zijn wettelijke opdracht werd vastgesteld ;

  6. minstens éénmaal per jaar verslag uit te brengen aan de Algemene raad van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering over de uitvoering van zijn controleopdrachten die betrekking hebben op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

  7. jaarlijks een verslag op te maken over de activiteiten en de toestand van de ziekenfondsen, de landsbonden en de maatschappijen van onderlinge bijstand in België. Dat verslag wordt door de voogdijminister bij de Wetgevende Kamers ingediend ;

  8. iedere klacht in verband met de uitvoering van de wet van 6 augustus 1990 en haar uitvoeringsbesluiten te onderzoeken en er het passende gevolg aan te geven;

  9. de toelating verlenen aan de maatschappijen van onderlinge bijstand die verzekeringen aanbieden en er op toezien dat zij handelen volgens de bepalingen van de wetten van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die op hen van toepassing zijn, de uitvoeringsmaatregelen ervan, evenals de bepalingen van deze wet en de bepalingen ter uitvoering ervan die op hen van toepassing zijn;

  10. de tussenpersonen van de maatschappijen van onderlinge bijstand die verzekeringen aanbieden, in te schrijven in een specifiek register en er op toezien dat zij handelen volgens de bepalingen van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen die op hen van toepassing zijn en de uitvoeringsmaatregelen ervan.

 

De Controledienst is overigens bevoegd voor de goedkeuring van de statuten van de ziekenfondsen, de landsbonden en de maatschappijen van onderlinge bijstand en de wijzigingen eraan. Deze statuten moeten onder andere de diensten vermelden die worden ingericht, de voordelen die worden verleend en de voorwaarden waaronder deze worden toegekend, alsook de voorwaarden en de procedure van toelating, ontslag en uitsluiting van de leden. De statutaire bepalingen en de wijzigingen eraan worden slechts door de Controledienst goedgekeurd indien:

   zij niet strijdig zijn met de Grondwet of met wettelijke of reglementaire bepalingen;

   zij het financieel evenwicht van het ziekenfonds, de landsbond of de maatschappij van onderlinge bijstand in kwestie of van de desbetreffende diensten niet in gedrang brengen;

   in het kader van een verhoging van de bijdragen voor een dienst "hospitalisatie" of "dagvergoedingen" die, volgens de desbetreffende mutualistische entiteit, nodig is ingevolge een reële en significante stijging van de kostprijs van de gewaarborgde prestaties, door de evolutie van de te dekken risico's of door significante en uitzonderlijke omstandigheden, de voorzien stijging van de bijdragemassa in verhouding is tot de stijging van de uitgaven van de desbetreffende dienst;

   in het kader van een wijziging van de voorwaarden qua dekking van de leden van een dienst "hospitalisatie" of "dagvergeodingen" die, volgens de desbetreffende mutualistische entiteit, nodig is ingevolge duurzame objectieve elementen en die proportioneel is aan deze elementen, deze wijziging inderdaad gebaseerd is opduurzame objectieve elementen en evenredig is met deze elementen.

De Controledienst kan tevens op verzoek van de Minister, of op eigen initiatief, voorstellen formuleren betreffende de boekhouding en het financieel beheer van de mutualistische entiteiten alsook over alle materies die verband houden met hun werking.

Bovendien kan hij met het oog op het herstel van de financiële toestand van een of meer diensten, het ziekenfonds, de landsbond of de maatcshappij van onderlinge bijstand waarvan de reservefondsen niet het vereiste niveau halen of waarvan de toestand inzake solvabiliteit of liquiditeiten door de Controledienst als ontoereikend beschouwd wordt, verplichten een herstelplan voor te stellen en, bij gebrek aan voorstel van een geschikt plan binnen een door hem gestelde termijn zelf een herstelplan opleggen.

Hij heeft bovendien een adviesbevoegdheid inzake tal van uitvoeringsbesluiten van de wet van 6 augustus 1990 (bijvoorbeeld de aanwijzing van de diensten waarvoor de ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen afzonderlijke reservefondsen dienen aan te leggen, de aanduiding van de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen die niet van toepassing zijn op de boekhouding van de mutualistische entiteiten, en de voorwaarden waaraan het systeem van interne controle dient te beantwoorden, ...).

Tevens heeft de wet van 15 februari 1993 tot hervorming van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering een aantal belangrijke bevoegdheden toegewezen aan de Controledienst met betrekking tot de responsabilisering van de verzekeringsinstellingen, dewelke op tweevoudige wijze wordt geregeld :

  1. de toekenning van een deel van de administratiekosten aan de verzekeringsinstellingen in functie van de wijze waarop zij hun wettelijke opdrachten inzake de verplichte verzekering uitvoeren;  

  2. het instellen van een systeem van financiële verantwoordelijkheid tot vaststelling van de modaliteiten voor de verdeling van de inkomsten van de verplichte verzekering onder de verzekeringsinstellingen.


Raad

De Controledienst wordt bestuurd door een Raad die bestaat uit een voorzitter, twee leden gekozen onder de ambtenaren van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) die belast zijn met taken op het vlak van de gezondheidszorgen of die terzake ervaring hebben en vier leden gekozen op grond van hun bevoegdheid op juridisch, sociaal, financieel of actuarieel vlak. Zij worden benoemd voor een hernieuwe periode van zes jaar.

 De Raad is thans als volgt samengesteld :

Voorzitter :

mevrouw B. LAMBRECHTS

Leden :

mevrouw J. ANNANE

de heer P. BALLEGEER

de heer P. FACON

de heer P. FASTENAKEL

de heer Ph. ROLAND

de heer E. WAUTERS

De voogdijoverheid wordt vertegenwoordigd door de heer T. VERDONCK als regeringscommissaris en door de heer F. BOSMANS als afgevaardigde van de Minister van Begroting.


Technisch comité

De wet van 6 augustus 1990 heeft bij de Controledienst eveneens een adviesorgaan ingesteld : het Technisch comité. Dit Comité bestaat uit een voorzitter, vijf leden voorgedragen door de landsbonden, een vertegenwoordiger van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, een afgevaardigde van de Kas der Geneeskundige Verzorging van de NMBS Holding, de Administrateur-generaal van het RIZIV en twee personen door de Minister aangeduid onder de ambtenaren van het RIZIV of van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid. Zij worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.

Het Technisch comité is thans als volgt samengesteld :

Voorzitter :

de heer A. THIRION

Plaatsvervangend Voorzitter : de heer M. JUSTAERT

Leden :

de heer L. CARSAUW

 

mevrouw S. DAMIEN

 

de heer J. DE COCK

de heer R.DESSEIN

mevrouw P. HEIDBREDER

de heer G. MESSIAEN

mevrouw  N. SPINOZZI

de heer M. VAN SCHELVERGEM

de heer D. VANWOLLEGHEM

mevrouw A. VERHEYDEN

Plaatsvervangende leden :

de heer D. BORREMAN

 

mevrouw  H. DE SWAEF

 

de heer M. EGGERMONT

de heer R. FELICE

mevrouw A. GROSWASSER

de heer M. JUSTAERT

de heer Ph. MAYNE

mevrouw C. MICLOTTE

de heer T. STEYLEMANS

de heer S. TONNEAUX

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken of van de Raad van de Controledienst of op eigen initiatief verleent het Technisch comité advies over alle kwesties die verband houden met de uitvoering van de wet van 6 augustus 1990.


Administratieve diensten

Het dagelijks beheer van de Controledienst wordt waargenomen door de heer L. GUINOTTE, Administrateur-generaal.

De Controledienst is ingedeeld in 3 diensten. De leiding van de boekhoudkundige, financiële en actuariële dienst wordt waargenomen door de heer D. DOOM, adviseur-generaal. De leiding van de dienst algemene zaken en personeel wordt waargenomen door de heer Y. DEBRUYN, adviseur-generaal en tweetalig adjunct, die het dagelijkse beheer van de Controledienst waarneemt in geval van afwezigheid van de Administrateur-generaal wegens ziekte of verlof. De directie van de juridische dienst wordt eveneens tijdelijk waargenomen door de heer DEBRUYN.

De Controledienst telde op 1 januari 2013, 38 personeelsleden.

De Controledienst beschikt niet over gedecentraliseerde diensten.